Beelden van God
Gods vleugels
Psalm 63 (:8,9)
05-01-1997
De Bijbel vertelt ons, dat God niet lichamelijk is, zoals wij dat zijn. De Bijbel zegt ons, dat God Geest is. Toch wordt er op menselijke wijze over God gesproken, opdat wij God beter kunnen begrijpen en Hij vertrouwelijker met ons zal kunnen omgaan. Zo is er in de Bijbel sprake van de ogen en de oren van God, de mond, de neus, de hand, de vingers, de arm en de voet van God, het aangezicht van God, enz. Hier gaat het over de vleugels van God.
Als er sprake is van de vleugels van God, wordt het beeld van een grote vogel gebruikt. Opmerkelijk is het om te zien, dat God hier niet meer een menselijk lichaamsdeel gebruikt als voorbeeld om duidelijk te maken hoe Hij is, maar dat God nu de lichaamsdelen van een vogel gaat gebruiken om duidelijk te maken, op welke wijze Hij met de mens omgaat.
Er wordt op twee manieren over de vleugels van God gesproken:
(1) in beeldspraak en dan wordt als voorbeeld de arend genomen en
(2) in symbolische taal en dan wordt gesproken over Gods vleugels.
De vleugels van de arend
Twee keer wordt in de boeken van Mozes gesproken over de vleugels van de arend.
1. In Ex. 19:4 horen wij de Here God tegen Israël zeggen: "Gij hebt gezien, dat Ik u op arendsvleugelen heb gedragen en u tot Mij gebracht."
Het volk Israël dient niet een God, van Wie zij iets gehoord hebben, het is ook geen traditie. Zij hebben het niet van horen zeggen. Zij hebben zelf met hun eigen ogen gezien wat God met en voor hen gedaan heeft. Zij hebben zelf geconstateerd, hoe God met hen omging.
a. Ik heb u als op arendsvleugelen gedragen.
De arend is de koning onder de vogels. Daarom wordt hij hier gebruikt als beeld van God, Die de Koning der koningen is.
De arend is de hoogst vliegende vogel. Als zijn jongen moe worden, neemt hij hen op de vleugels en draagt hen terug naar het nest. Zo heeft God Zijn volk mee omhoog genomen en tilt Hij hen uit boven de andere volken op aarde. Zij zijn Hem dierbaar.
b. Ik heb u tot Mij gebracht.
God heeft het volk Israël als op arendsvleugelen gedragen en hen zo tot Zich gebracht. Zo bracht Hij hen in Zijn liefdevolle gemeenschap. Zo bracht Hij hen in Zijn dienst. Zo bracht Hij hen bij de Sinaï, waar Hij Zijn heerlijkheid en Zijn liefde aan hen openbaarde.
2. In Deut. 32:11,12 horen wij wat God met Israël gedaan heeft: "Als een arend, die zijn broedsel opwekt, over zijn jongen zweeft, zijn wieken uitspreidt, er een opneemt en draagt op zijn vlerken, zo heeft hem de Here alleen geleid en geen vreemde god stond Hem terzijde."
a. Ik heb als met arendsvleugelen boven u gevlogen.
De arend staat er om bekend, dat hij een grote liefde voor en medelijden met zijn jongen heeft. Hij komt dan ook nooit plotseling uit de lucht op het nest vallen, maar waarschuwt door vleugelgeklapper zijn jongen, dat hij komt. Zo heeft God Zijn volk altijd met tederheid en bewogenheid en liefde behandeld.
Zoals een arend zowel onder als boven zijn jongen kan vliegen om hen te beschermen, zo heeft God Zijn bescherming uitgestrekt boven Zijn kinderen.
b. Opnieuw: Ik heb u als op arendsvleugelen gedragen.
Ik heb u opgenomen.
c. Ik heb u geleid.
God heeft door middel van de engel van Zijn aangezicht Zijn volk geleid en bestuurd in de woestijn en hen de weg gewezen, die zij gaan moesten. Zo heeft God aan Zijn Gemeente nu de Heilige Geest geschonken, die ons de weg wijst, die wij in ons geestelijk leven moeten gaan.
De vleugels van God
Er wordt op verschillende manieren gesproken over de wijze waarop de mens staat tegenover deze vleugels.
1. Er is sprake van schuilen onder Gods vleugels.
Hier wordt duidelijk gemaakt, dat geloven het zelfde is, als het schuilen onder Gods vleugelen.
Boaz zei tegen Ruth: "De Here vergelde u uw daad en uw loon valle u onverkort ten deel van de Here, de God van Israël, onder Wiens vleugelen gij zijt komen schuilen." (Ruth 2:12) Het gaat hier over de bekering van Ruth, die overging tot het dienen van de God van Israël. Van dit moment af is zij een gelovige in de levende God. Van dit moment ook schuilt zij onder Gods vleugelen.
2. Er is sprake van schuilen in de schaduw van Gods vleugels.
Het gaat hier over de schaduw van Gods vleugelen en over de ziel van de gelovige.
"Hoe kostelijk is Uw goedertierenheid, o God, daarom schuilen de mensenkinderen in de schaduw Uwer vleugelen." (Psalm 36:8)
"Wees mij genadig, o God, wees mij genadig, want bij U schuilt mijn ziel, ja, in de schaduw van Uw vleugelen zal ik schuilen." (Psalm 57:2)
Zoals een jonge arend instinctief in de schaduw van de vleugels van de moedervogel vliegt, als het gevaar ziet, zo zoekt het kind van God bescherming bij de Here God in tijden van gevaar. Deze bescherming wordt niet aan ons lichaam aangeboden, ook al meent een aantal christenen, dat God je van alle lichaamsgebreken zal genezen. Het gaat hier over je ziel.
3. Er is sprake van geborgen worden onder Gods vleugels.
Hier wordt duidelijk gemaakt, dat je hier voor altijd kunt blijven.
"Laat mij in Uw tent voor altoos vertoeven, laat mij schuilen, geborgen onder Uw vleugelen." (Psalm 61:5)
Onder de tent van God wordt hier niet in de eerste plaats gedacht aan de tabernakel, of de tempel. Het woord "tent" is een ander woord voor "bescherming" en "Goddelijke gastvrijheid", die de mens voor altijd kan vinden bij de Here God.
4. Er is sprake van geborgen worden in de schaduw van Gods vleugels.
Hier is sprake van de tederheid en de zorgvuldige bescherming als je bent in de schaduw van Gods vleugelen.
"Bewaar mij als de appel van het oog; berg mij in de schaduw van Uw vleugelen." (Psalm 17:8)
Opmerkelijk is het om te zien, hoe in dit vers de appel van het oog genoemd wordt tezamen met de schaduw van Gods vleugels. Dat is ook het geval in Deut. 32:10-12. In Psalm 17:8 wordt de bewaring als de appel van het oog als een gebed aan God voorgelegd. In Deut. 32:10 wordt diezelfde bewaring als de appel van het oog door God als een feit genoemd: God beschutte Zijn volk, lette op Zijn volk en bewaarde hem als zijn (eigen?) oogappel. De oogappel moet altijd met de meeste zorg bewaard worden. Hij is één van de meest kwetsbare delen van het lichaam. Daarom wordt juist de oogappel genoemd als beeld van het bewaren en beschermen door God.
5. Er is sprake van jubelen in de schaduw van Gods vleugels.
Hier is sprake van de innige verbondenheid die er is tussen God en mens en van de vreugde die je daar ervaart, als deze mens onder Gods vleugelen schuilt.
"Want Gij zijt mij een hulp geweest; in de schaduw van Uw vleugelen jubel ik." (Psalm 63:8)
In deze Psalm wordt de hulp van God als een bescherming onder Zijn vleugelen gekoppeld aan wat er staat in het volgende vers, nl. dat mijn ziel aan God verkleefd is. Mijn ziel is a.h.w. aan God gelijmd. Dat wil zeggen, dat mijn ziel onlosmakelijk aan God verbonden is. God en mijn ziel zijn onafscheidelijk. Dat is de grote zekerheid in het leven van de gelovige. Daarom kan ik jubelen in de schaduw van Gods vleugelen. Daar kan ik gaan zitten zingen, jubelen en juichen, want God heeft grote dingen voor mij gedaan.
6. Er is sprake van een toevlucht vinden onder Gods vleugels.
Hier is sprake van de bijzondere bescherming en veiligheid die je ervaart, als je schuilt onder Gods vleugelen.
"Met Zijn vlerken beschermt Hij u en onder Zijn vleugelen vindt gij een toevlucht. Zijn trouw is schild en pantser." (Psalm 91:4)
Hier wordt het beeld van de vleugels uitgelegd in woorden, die spreken van sterkte en onvoorwaardelijke bescherming. Omdat mensen zouden kunnen denken, dat de vleugels van de arend op een gegeven ogenblik toch ook zwak zijn, wordt hier verteld, dat Gods vleugelen zo sterk zijn en zoveel bescherming bieden als een schild en een pantser. Zoals een schild en een pantser je volledig beschermen tegen de aanvallende pijlen van de boze, zo vindt de gelovige een toevlucht bij de Here God en wordt hij daar beschermd voor de aanvallen van de duivel. Dan hoef je niet bang of bevreesd te zijn en kun je rustig zijn.
7. Er is sprake van genezing vinden onder Gods vleugels.
Hier is sprake van wat er gebeurt in je hart, als je schuilt onder Gods vleugelen.
"Maar voor u, die Mijn Naam vreest, zal de zon der gerechtigheid opgaan en er zal genezing zijn onder haar vleugelen." (Mal. 4:2)
Hier wordt de komst van de Messias aangekondigd in beeldtaal. Hij wordt vergeleken met de zon. De zon doet twee dingen:
(1) Hij geeft licht en
(2) hij geeft warmte. Dat is precies ook wat de gelovige bij de Here Jezus ervaart.
(ad 1) In een donkere wereld en in onze donkere harten is het licht van de Here Jezus gaan schijnen. Hij is het Licht der wereld. Wie Hem volgt, zal nimmer in de duisternis wandelen. (Joh. 8:12)
(ad 2) De wereld kan soms geestelijk zo koud en onbehaaglijk zijn. Dat gevoel kunnen wij soms ook in ons eigen hart en leven hebben, waardoor wij ons verdrietig en teleurgesteld voelen. De Here Jezus is echter gekomen om de warmte van Gods liefde in onze harten uit te storten.
Zijn komst als de zon der gerechtigheid zal echter geestelijke genezing met zich meebrengen. De zonnestralen zullen tot genezing zijn van gebroken harten en bezeerde gedachten en zal balsem zijn voor de wonden, die bij velen in het hart geslagen zijn.
Zo spreekt de Bijbel op een bemoedigende wijze over de vleugelen van God. Laten wij nooit vergeten, dat gelovig zijn betekent, dat je schuilt onder Gods vleugelen. Laat u dan ook door God verzorgen en beschermen.
|